15.6.09

klik op mijn eitjes

klik op mijn eitjes! het worden fijne kinderen
bij een lijk. banale situatie: het betrapte meisje
staat centraal in het verkillend blauwe licht
dat de slechtheid van vader benadrukt.

ik kies echter voor een dramatisch moment,
net zoals in Parijs: regen, gaslicht, boulevard
en houten wasknijpers die opbollende wangen
in bedwang houden tegen de verveling.

sterven logica en beschaving een stille dood
omdat ik als jonge mama gehurkt wil wildplassen?
als het afvoerkanaal in een hoek wordt aangelegd
ben ik de ideale bevroren vrucht, oerdegelijk

speelgoed, een poging tot vreemdgaan op internet
en het antwoord op de vraag: val ik als vrouw
die stevig op de grond staat, letterlijk of figuurlijk
in slaap om een bot uit te drukken, is 'neen'.

1.6.09

"Flarf, een bloemlezing" verschenen

Na de goed verzorgde én bezochte presentatie in Perdu, is FLARF nu verkrijgbaar, onder andere in de webshop van de Contrabas. Ik heb hem zelf gisteren in ieder geval met plezier gelezen.



Voordracht 'the day after' voor geïnteresseerd publiek van vlinders. 

19.5.09

Altijd grappig...

...om te zien welk deel uit een persbericht wordt overgenomen. Prime example uit de Parool agenda:

Ik ben een god in 't belangrijkste van mijn ideeën

Mix / mix - Avond over flarf, een beweging van dichters die zo slecht mogelijke poëzie willen schrijven, met o.a. Ton van 't Hof, Willem Bongers en Hans Kloos, verder presentatie van Flarf, een bloemlezing.


Eh. Zo stond het er (zie hieronder) net niet helemaal. Of toch? Ondertussen schijnt de kaartverkoop goed te verlopen. Ik concludeer: Nederland telt de nodige liefhebbers van 'bewust slechte poëzie'. Een troostrijke gedachte voor velen, lijkt me.

13.5.09

Presentatie "Flarf" Perdu 29 mei

Ik ben een god in 't belangrijkste van mijn ideeën: presentatie van Flarf, een bloemlezing

Met: Ton van 't Hof, Willem Bongers, Hans Kloos, Nanne Nauta, Jeroen van Rooij, Mark van der Schaaf, sven staelens en Erwin Vogelezang

Aanvang: 20.30 uur
Deur open: 20.00 uur
Entree: 6 euro / 5 euro met vriendenpas, cjp, stadspas, studentenkaart


[photo: MS; photoshoppery: Amy Letter]


Persbericht Perdu:

In het begin van het nieuwe millennium stak in de Verenigde Staten een nieuwe poëtische avant-garde de kop op: flarf. Een groep dichters die zo slecht mogelijke poëzie wilden schrijven begon zich rondom een mailinglijst te verenigen. Hun teksten hadden met elkaar gemeen dat ze samengesteld waren uit het talige vuilnis dat ook toen al een groot deel van het internet besloeg.

Intussen is er veel veranderd en veel hetzelfde gebleven. De leden van het oorspronkelijke flarfcollectief hebben intussen meermaals de stap van een mailinglist naar een papieren bundel gemaakt. De afhankelijkheid van internetcollagetechnieken is gebleven, maar de beweging is groter gegroeid en heeft internationale navolging gekregen.

Zo ook in Nederland. Ton van ‘t Hof, flarfdichter van het eerste uur en redacteur van het weblog De Contrabas, heeft een groep Nederlandse flarfdichters bij elkaar gebracht om een gezamenlijke bloemlezing te maken. De groep bestaat uit Ton van ‘t Hof zelf, Willem Bongers, Hans Kloos, Nanne Nauta, Jeroen van Rooij, Mark van der Schaaf, sven staelens en Erwin Vogelezang. Op deze avond presenteert Perdu een gevarieerd programma met en over flarf, waarbij de bloemlezing, die de simpele titel Flarf, een bloemlezing heeft gekregen, gepresenteerd wordt.

Voor meer informatie en/of reserveren, zie hier.

12.5.09

Achter de ramen

Van donderdag 14 tot en met zondag 17 mei hangen acht van mijn gedichten op A3 formaat achter de ramen in het kader van de poëzieleesroute Amersfoort.

Andere deelnemers zijn Iris v.d. Casteele, Lilian Caessens, Floris Brown (Suid Afrika), Edith de Gilde (Den Haag), Karel Wasch (Amsterdam), Dirk Vekemans (Kessel-Lo), Trudy Verdaasdonk, Erik Lindner (Amsterdam), Jan Aelberts (Gent), Marlon Vanco, An Vandesompele en Eric van Loo (Utrecht).

Het resultaat ziet er ongeveer zo uit:











Ontwerp: Geralda van der Es

6.5.09

Tweede uitvaart

EENZAME UITVAART NUMMER 12, DEN HAAG

I.M. Janusz Nowicki, geboren op 31 mei 1969 in Bychawa, Polen, overleden te Den Haag op 20 april 2009.

Begraafplaats Nieuw Eik en Duinen, maandag 4 mei 2009 om 09:00 uur.
Dichter van dienst: Erwin Vogelezang

Het gegeven dat er een stoffelijk overschot in de Haagse Prinsessegracht is gevonden, leidt op een internetforum al snel tot een klaagzang over de onveiligheid die zo kenmerkend is voor de huidige tijd of althans als zodanig wordt ervaren. Toch is Janusz niet door geweld om het leven gekomen. Hoewel: op basis van de weinige feiten zou je voorzichtig kunnen concluderen dat misschien sprake was van 'vertraagde zelfmoord', want de 39 jarige Pool zou – het landscliché indachtig – een groot liefhebber van alcohol zijn geweest. En ook de associatie met geweld is niet eens zo vergezocht. Alcohol en Janusz lagen elkaar immers minder goed dan Janusz zelf moet hebben aangenomen.

Dat hij in beschonken toestand agressief gedrag vertoonde, dat hij een door zijn (tijdelijke) werkgever ter beschikking gestelde caravan onlangs grondig 'renoveerde' en dat zijn moeder nog steeds in Polen woont; het zijn de weinige feiten waaruit ik een gedicht moet 'destilleren.' Verder is er vooral veel onduidelijk. Hoe (dronken? epileptische aanval?) Janusz te water is geraakt bijvoorbeeld. En wat hij überhaupt in Den Haag deed. Dat de Poolse ambassade het gedicht – in vertaalde vorm – naar de moeder opstuurt, maakt het nog lastiger om een waardige tekst te produceren. Moet ik Janusz portretteren als een zachtaardige man, die altijd het beste met de wereld en zichzelf voorhad? Moet ik zijn moeder 'post mortem' op zijn vermeende tekortkomingen wijzen? De makkelijkste weg – het is tenslotte 4 mei – leidt tot een nogal onpersoonlijke eerste versie. Kiezen voor flarf? Maar wat zegt 'onze' dodenherdenking of een flarfgedicht een zoonloze moeder in een Pools kwartstadje? Uiteindelijk besluit ik om het gedicht wat traditioneler op te zetten en een sentimentele wending te geven. Want dichten voor de dode, is soms ook dichten voor de levende.

Janusz gaat op reis


It's a wonderful life – if you can find it (Nick Cave, 'Wonderful Life')

van Bychawa naar Lublin naar Tilburg tot hier:
iedere bestemming een belofte, iedere aankomst
bier. soms dronk je op stations, winterhard

tegen het wachten, vaak op het verleden, zelden
samen en altijd alleen. we gunden je een caravan
om in te wonen, een baan om voort te bestaan,

legden uit dat je een productiemedewerker
en buitenlandse collega was. jij stapelde boze
blikken; bonen in de ochtend, Żywiec daarna.

toch: in de buik van de vrouw die nu opnieuw
de dagen aftelt tot je komst, was je een belofte.
naar huis, naar haar, bleef je altijd onderweg.

Ik lees het tijdens de crematieplechtigheid voor een publiek van drie; mijn vriendin en twee medewerkers van de uitvaartorganisatie. Het ingelijste gedicht en een vers geplukt bosje vergeet-mij-nietjes staan op de kist. We'll Meet Again (Johnny Cash) en een live uitvoering van Cohen's Bird on a Wire later (de door ons opgestuurde cd is niet aangekomen, dus we doen het met tweede keuzes), staan we weer buiten. Ook wij gaan naar huis.

30.4.09

Het oude Las Vegas WILLEM KLOOS. (Jeroen van Rooij)

29.4.09

ik zag een heldere hemel, die niet in tijd maar in ruimte van dag naar nacht overging

salaamoe3leikoem mijn broeders en zusters,

vannacht heb ik gedroomd dat ik Jezus was (mijn haat voor België
was de drijfveer; dan maar op achterbakse wijze de nazi’s steunen),
een homo in waxcoat met purperen haren, onzichtbaar, maar ik kan
een beschrijving geven; een stralende verschijning met tube Velpon,
een gesluierde ruimte die op stokken door de woestijn wordt vervoerd.

ik droomde van hoe nietig ik me voelde (kunt u alstubeliefd uw goede
gedachten naar mij sturen? ik heb dit zo nodig), weetjewel, een man
van achter in de 40, in de houdgreep genomen door dromen over liefde.
mijn kinderverlangen in een vederlichte boomhut; af en toe sliep ik
met een meisje en als ik niet te veel had gedronken, neukten we.

dromen is vooral geen kou hebben (in the cold winter, in de koude winter,
underneath the stars, onder de sterren), dolfijnen die met bloemetjes
pistole sgiete en zorgen dat de kunstpik in haar kontje verankerd blijft.
misschien had ik het niet moeten doen, maar vanmorgen word ik wakker
als haar, bind m'n handen vast en laat me rillen.

(hierna veranderde de sterren in vogels het was erg mooi)

28.4.09

Los zijn wij niet verkrijgbaar (Ton van 't Hof)

Things don’t change fast enough
&minus Bruce Andrews

Los zijn wij niet verkrijgbaar
behalve dan in religieuze kringen: dat we dood gaan
dat had je gedacht
want je wilt ongewenste dingen graag veranderen
en dus focus je je daar dan op

verwerpt het gewoon
dat het een vorm van indekken is
zoals het stilstaan
bij haar eerste paar borsten

de synthetische creatie als splijtzwam
van primitieve Afrikaanse kunst, niet minder
dan zeven leden overleden
omdat ze verlegen zaten om een praatje
maar er kwam geen stoel extra bij, kapelaan

dat onze God die afdaalt uit de hemel
met behulp van 2 mm balsa
de ophaalbrug moge inzetten tegen het risicodenken
over die materie waar, erewoord
geen twijfel over kan bestaan

Zo wil de legende
dat hij in 1641 naar een dame aan de overzijde riep
dat zijn penis, een vernuftig dingetje in het licht
van de eeuwigheid, als de drank
zou zijn uitgewerkt, over het koude zwarte water heen
naar haar ganse kosmos zou komen reiken

en dat ook deed
Dit is zo fantastisch aan Frankrijk

La Grande Bouffe

De omringende wereld verdwijnt niet
maar treedt tegemoet in een er-de-weg-niet-meer-in-weten

naar het vliegveld van Tasjkent
die dag dat jij ging
dat de wind maar altijd in je rug blijft blazen

alles waar ik van houd
maar de logica verbiedt het

dat wat voorbij en afgesloten lijkt
zoals een gedicht doet
of de man, wiens vrouw al vijftien jaar in coma ligt
en die zich beide oren tijdens een vakantie af laat snijden
maar wat is het alternatief?

Yo, waar de fuck ben ik?

27.4.09

visvaderurn (in stripvorm)






Zie hier voor het originele gedicht

26.4.09

de dood van de poëzie (Willem Bongers)

Hoort u hoe die enorme kinderen gillen en gillen
als ze de eeuwigheid binnentreden?

Commercieel blijkt het een tekenfilm,
de taal die, echter altijd ontdaan van zijn belang,
gelogenstraft door nieuwe eigen dynamiek,

Of nog anders uitgedrukt:
de taal ontzenuwd, van haar betekenis ontdaan
men geeft en geeft en wordt niet eens meer weerlegd,

maar steeds weer blijken deze te kunnen worden gereanimeerd
er is immers niets zo stereotiep als de Grote Thema's, en het spreken

Of nog anders uitgedrukt:
op één van de Neruda-posters in de winkel staat een vrolijke tekening
van de nieuwe situatie:

de leugen van een dynamica die nooit meer wordt weerlegd

ContraExpertise 1

In reactie op deze post op de Contrabas


Het eerste gedicht: 'aanloop' van David Troch.

aanloop

het begon met letters voor je naam
toen vis en pijp en rookte grootva
zich dood. het was fris bij zijn

begrafenis. oude mensen bewogen
in schokjes het hoofd, oma kneedde
haar neus in iets rood. hier leg ik mijn


Of Troch inderdaad met l[aat]avondtaal debuteerde, weet ik niet, maar dit is volgens mij een schoolvoorbeeld van een gedicht van een debutant. De eigen jeugd, het overlijden van een familielid; het zijn typisch thema's die je in eerste romans of debuutbundels tegenkomt. Thema's ook die – hoewel voor vrijwel iedereen herkenbaar – al zo vaak (en zo goed) zijn behandeld, dat het lastig is om nog een originele invalshoek te vinden.

Troch is daar wat mij betreft niet in geslaagd, want het gedicht mist emotionele diepgang. Geen van de karakters komt bijvoorbeeld tot leven: van grootva weten we niet meer dan dat hij (te veel) pijp rookte en oma gebruikt een rode zakdoek om haar verdriet in op te vangen. Het is natuurlijk lastig om in een dergelijk kort gedicht mensen van vlees en bloed neer te zetten en ik vraag me dan ook af of het niet slimmer was geweest om dit miniatuurtje later in de bundel aan bod te laten komen. Misschien dat de andere gedichten, die ik niet heb gelezen, voldoende framework zouden hebben opgeleverd om 'aanloop' te kunnen waarderen. In deze 'stand alone' vorm word ik er in ieder geval niet door geraakt. Hoewel de eerste strofe een aardige lijnafbreking kent (grootva / zich dood) is de overgang tussen de eerste en tweede strofe al een herhaling van zetten. En dat binnen zo'n kort gedicht.

Niet onaardig zijn de kinderlijke taal en observaties – vooral het 'in schokjes bewegen' van de hoofden. Zo kan verdriet er inderdaad uitzien, weet ik als begrafenisveteraan; bijna alsof je naar kabbelend water kijkt. Of een kind een dame die haar neus snuit inderdaad ziet als iemand die 'haar neus kneedt' betwijfel ik. Volgens mij is het snuiten van de neus zo'n alledaagse gebeurtenis (ik zie moeders regelmatig achter hun kroost aanrennen om langgerekte snotslierten te verwijderen voordat die de designtruitjes bezoedelen) dat je mag aannemen dat een kind dat al kan lezen, weet wat er plaatsvindt. Jammer.

En dan het slot. Tsja. Hoewel ik de associatie met 'zakdoekje leggen' in eerste instantie miste (het was geen populair lied tijdens mijn schooltijd) begrijp ik ook nu nog niet precies waarom het gedicht hier wordt afgebroken. Of je de zin nu wel of niet aanvult; echt veel voegt het in mijn beleving niet toe. Misschien denkt het kind door het zien van de oma aan het liedje. En misschien wil Troch hiermee aangeven dat 'de grote boze dood' nog weinig betekenis voor de jonge hoofdpersoon heeft. Maar wereldschokkend is ook die (mogelijke) betekenislaag volgens mij niet. Ik kan me uiteindelijk niet aan de indruk onttrekken dat de beschreven gebeurtenis voor Troch grote emotionele waarde heeft. Maar deze lezer kan daar niet in meegaan; daarvoor mist het gedicht taalkundig 'pizazz', zijn de karakters te bordkartonnerig en ontbreekt dat moment van plotselinge verbazing dat goede gedichten vaak kenmerkt.

25.4.09

Algebra for the Nonlinear Mind (Ralph Catino, USA)

x equals nonlinear equation. one yard
equals one year. why equals a bullet. dreams
are many yards gone. 16 equals son
equals gun. mom equals m
who knew the gun would save.
the ex of m equals nonlinear
equation.

x suffers meme [drilled] from corps.
16 loaded prime if variable x
threatens m. friday morning
fish fry on the front lawn.

the sun spoke big and birds
sang as they do. divorce equals two yards ago.
one yard equals one year. birds sang pretty

as the sun spoke big. why equals a bullet. a quarter inch
later x bursts a knife in the kitchen. m can’t escape
the back yards. 16 [otherwise a quiet kid with
finger] pulls the prime switch.

x jumps the truck with why in his stomach.
drives 100 miles to kansas city
just to lie.

police kitchen the knife. dreams
are many yards gone. m equals
knowing x to continue final yard.

police summarize nonlinear equation. conclude weekly
council in elementary math. divided by
16 not arrested.

half inch later. orthopedist on the i-phone.
x nonlinear home from hospital. root of meme
an inch away.

5 feet 11-inches later. police find m 16 on the floor.
conclude nonlinear equation. one yard
equals one year. why equals
a bullet. dreams are

many miles gone.
x equals why in the mind of all. birds
sang pretty. the sun spoke big.

24.4.09

6 (Mark van der Schaaf)

Van de plas is een vis gevonden
met aan de ene kant een tekening met het woord.
Het doet me denken aan een Chinees gezegde:
„Breng de vis niet naar Mohammed
naar een dieper gevoel in jezelf"

want liefde is een tekening van een paarse reus
zonder armen met maar één oog, een subversieve
strategie ten opzichte van degene die vindt
haar vermoorde dochtertje

niet in metrum en rijm, maar op het oog
ziet ze wat verfsporen en stickers, dan is
datgene wat je weglaat vaak belangrijker
dan wat je toont.

16.4.09

power broker super vixen fashionista manga artist

iii

head spinning like tumbleweed, she woke
with Nazca lines across her back; intricate
pathways raked by the tails of minor

stars falling from lowered ceilings.
pain is derived from the loss of hope,
like the sharp thrill of broken glass

colonizing the genital tract, buddies taking
turns behind a white picket fence, the sticky
smell she knows from overheated dorm rooms

and the knowledge she can be who she wants to be:
power broker super vixen fashionista manga artist
or, perhaps, sitting up by herself, without cushions.

ii

a star team can be a girl’s first major heartbreak:
it’s not that she couldn’t handle the ego bruise (post
puberty fat look, heels propped up on the chairs’ legs
to reduce thigh spread) or the bouts of dry-heaving
in overheated dorm rooms.

after all, she can be who she wants to be: power broker
super vixen fashionista manga artist or back to her
old lolling ways – watching tumbleweeds with eyes
seemingly enlarged by context.

and yes, he did sign a piece of paper backwards, lick it
and stick it to her chest, arranged her raking limbs
like Nazca lines, eventually letting her hold her
legs up while he fucked her.

i.

when she was eight, this was her happy place:

white picket fence,
dog lolling on the mezzanine,
tumbleweed raking the sky.

1.4.09

something religious

a lot of it was just teenage bravado:
we gave her food, she took her clothes off.
we put a cable to her mouth, she bled
from every hole like it was something religious.

still, people have to be quiet until they are.
see paragraph 12: you have to make adjustments
to your perceptions – i've been stealing my mum's
lately and they are so warm and comfy to cart around.

we gave her food and she bled, to put it kindly,
flawed. it was something religious; the diversity
of holes made playing unforgettable when firing
flat-shooting loads at typical defensive instances.

when Tallulah was put down, a truculent storm
raged for hours. a lot of it was just teenage bravado:
like pashmina-type wraps, the cover of moral certainty
comes in many flavors, you make adjustments

via a drip, but there doesn’t appear to be a point
of impact. it was something religious: we all know
what happened, but answers can not substitute
for that encounter - it’s basically a feel good thing.

20.3.09

zonlicht, over wat je niet kent in stripvorm


En hier het oorspronkelijke flarfgedicht.

17.3.09

Vraag het aan Rawfoot

11.3.09

zonlicht, over wat je niet kent

i.

er is eens iets misgegaan. ik gebruik slechts één woord
om dit te beschrijven en kies voor haar
die verdween, niet door te verwensen,
maar door te wachten

op een trein, omdat ik een engel probeerde te boetseren
uit meisjeszweet, meer of minder woorden gebruikte
of overgevoelig was voor vrouwenstemmen

doet niet ter zake. ieder woord wordt uiteindelijk illusie,
een God om in gepaste richting tot te bidden; achterwerk
omhoog, omdat ik moeilijk kan zitten.

ii.

in bed kruipen en de verduisteringsgordijnen sluiten,
een klein dorp, een hotel, uitzicht op zee, het interesseert haar niet.

ik heb geprobeerd haar te verleiden, met rust te laten,
aan te dringen, achterwerk omhoog – vijf keer per dag
in comateuze toestand praten, achteraf

helpen met meisjeszweet, omdat zij zich schaamt
met stofzuigen – langer dan een paar minuten houdt ze het niet vol
omdat ze moeilijk kan staan,
zoog ik.

iii.

we waren zogende ouders die het beste met de kids voorhadden,
maar langzaam sloop er een verlammend en ontwrichtend proces in:
de vreesachtige behoefte zich aan te passen, over misfortuin te jammeren
met bejaarden, hoempapa muziek en gepaneerde schnitzels.

toen alles nog te overzien was, samen te vatten in verhalen van één
of duizend woorden, deed de verleiding van meisjeszweet niet ter zake:
ik boetseerde een engel in comateuze toestand en liet haar met rust
totdat haar naam een illusie was waarop ik moeilijk zittend zoog.

tot voor kort waren het slechts geruchten, maar NASA toonde foto’s
van de Fendt hakselaar waarin mensen verdwijnen door te wachten
in bed, het verduisteringsgordijn gesloten en daarachter zonlicht,
over wat je niet kent – een klein dorp, een hotel, uitzicht op zee.


iv.

Engel,

opeens voelde ik dat ik nergens naar toe moest gaan,
geen trein instappen, niemand ontmoeten.

waarom wist ik niet.

het is wel jammer, want het is toch al niet zo'n vrolijk einde
en ik wou het niet zo laten aflopen:

vijf keer per dag de verduisteringsgordijnen sluiten.
moeilijk zittend in comateuze illusies verdwijnen
als zonlicht over wat je niet kent.

ik heb geprobeerd.
ik heb geprobeerd.

ps. soms danst het synchroon op cowboymuziek.
pps. soms drinkt het thee, soms zweet het meisjes.

10.3.09

Flarfcollectief lanceert weblog

Fijne, caloriearme flarf, botervers van het net, voortaan op http://flarfy.wordpress.com/

26.2.09

visvaderurn

hoe wordt een verhaal over een vader geloofd? was ik wetenschapper,
ik zou willekeurige feiten presenteren, zoals ‘gladde hoed, bij vochtig weer’,
‘alcohol beschermt zijn hersenen bij een hoofdwond’ en ‘vaders bestaan
uit een blauwdruk met eiwitmantel en vangen prikkels op’,
waarna hij gedwongen wordt een vis te eten en in een urn verdwijnt.

maar dichters zijn heteroroof en moeten afgestorven cellen vervangen
met stoffen uit levende wezens. daarom proberen we vreemde indringers
te omhullen en te verteren, waarbij schoonheid een selectiecriterium
en vis een rijke bron van DHA is. er zijn goedkopere, maar een duurzame
urn is er vanaf pakweg 200 euro. in principe wel.

voor dichters én wetenschappers geldt: je mag de urn neerzetten,
in de tuin begraven of bijzetten in een galerij. onze diepste angst
is dan ook niet dat we onmachtig zijn (een verschijnsel dat de omgang
met vader juist vergemakkelijkt), maar dat de magie wordt vernietigd
door haar te ontleden in delen vis, vader, urn.

bedenk hierbij wel dat poëzie en wetenschap conservatief zijn;
zonder toestemming zijn voortplanting en reproductie niet toegestaan.
urnen weten dit, vissen vermoeden het en vaders sterven vaak
van eenzaamheid (hoi ma, is alles goed met jou?). voor wie desondanks
in oneindigheid wil rekenen; het gaat allemaal over wat over is –
een vis in een vader in een urn. na vier weken mogen Duitsers
de as mee naar huis nemen.

24.2.09

Debuut 'Bladluis' gratis te downloaden (PDF)

In 2006 verscheen mijn debuutbundel, Bladluis, bij Uitgeverij Holland. Nu ik drie jaar royaal van de royalties heb geleefd, leek het me een mooi moment om de bundel als digitale download beschikbaar te stellen. Zo gezegd, zo gedaan.

Via deze link kun je Bladluis (1.3 MB) downloaden. Overigens wordt de bundel volgens mij niet meer via het reguliere circuit geleverd.

22.2.09

geaardheid beïnvloedt niet direct de frequentie van deze kankers

een konijntje huppelt de struiken in en Fakir heeft de hik.
meer goed nieuws: de oude wijze Sprookjesboom onthult
vandaag The Secret! The Secret wordt onthuld!

hij begint te praten: ‘hardly 40 kms more and you arrive in Kanker
(Kaan-kair), a safe haven waar je kinderen kan knuffelen
en door het weinige haar de hoofdhuid ziet.’

dit is ontmoeting hè, daar is zomaar een ander. hij zit niet alleen
in een reageerbuis tot er plotseling iets gebeurt; hij wordt
bestraald met gedachten, met uitingen van verkropte emoties

die op dezelfde frequentie aantrekken: ‘als ik met mijn vriend
aan het knuffelen ben denk ik eraan om hem dood te maken
en hoe hij dan zou kijken. dan pak ik een sok van de grond

en wind die zachtjes om zijn nek.’ of: ‘hoera, ik heb kanker,
weet ik eindelijk waar die rotpijn vandaan komt en dat het
vanzelf overgaat’ – de lichaamscellen bereiden zich voor

in je lies, je buik, je schouder, je knie, je longen en het hart.
als er veel animo voor een bepaalde kankersoort bestaat,
maakt Sprookjesboom daar een nieuw forum voor aan.

--

Eén van de (pak 'm beet) tien flarfjes die samen 'een schitterende gedachte die ik denk' vormen; mijn bijdrage aan de Grote Nederlandse Flarf verzamelbundel die in mei (?) bij De Contrabas zal verschijnen. Andere deelnemers zijn onder dit bericht te vinden.

26.1.09

The band's visit

Heel soms heb je geluk en stuit je op een 'kleine film' die misschien nergens echt in uitblinkt (of het moeten de hemelsblauwe uniformen zijn) maar precies doet wat 'ie moet doen; vermaken, een pietsie ontroeren en van het scherm afspatten. The Band's Visit is zo'n film. Met een mannelijke hoofdrolspeler (Sasson Gabai) om spontaan verliefd op te worden. Doen!

12.11.08

Vissen in andermans vijver – over flarf

Eén van de subplots van William Gibson’s tamelijk briljante cyberpunkroman ‘Count Zero’ draait om de speurtocht naar een mysterieuze maker van kijkdozen. Uiteindelijk blijkt de ‘kunstenaar’ een (niet eens bijzonder androïde) onderhoudsrobot te zijn, die in het luchtledige rondzwevende voorwerpen, zoals knuffeldieren en lege verpakkingen – de laatste resten van menselijke bewoning op een verlaten ruimtestation – tot kijkdozen arrangeert.

Aan dat plot moest ik denken toen ik een paar jaar terug voor het eerst op flarf stuitte, een uit de VS overgewaaide en driftig muterende collagetechniek, waarbij door Google (et al) gegenereerde zoekresultaten, de input voor gedichten vormen. Al naar gelang de flarfer kan het gaan om primaire zoekresultaten (de bescheiden zinnetjes die onder de zoekresultaten verschijnen) en/of om achterliggende content van bijvoorbeeld internetfora en blogs. Waar ik in eerste instantie, het oneindige gezever van de mensheid en wat puberale Amerikaanse voorbeelden indachtig, vreesde dat bruikbaar materiaal ‘hard to come by’ zou zijn, is het tegendeel waar. Je kunt echt alles vinden: van vervreemdende beelden tot tenenkrommende ontboezemingen en oprecht verontwaardigde scheldkanonnades. Met. En zonder aperte spelfouten.

Gefundenes Fressen
Op initiatief van Ton van ’t Hof hebben een aantal flarfende dichters (zie het overzicht onder deze post) zich verenigd en wordt er (waarschijnlijk in mei 2009) een royale gezamenlijke verzamelbundel met Nederlandstalige flarf uitgegeven. Ook ik ben hiervoor uitgenodigd en na wat proefflarfen was één ding snel duidelijk: flarf is niet willekeurig en resulteert evenmin in flauwe eenheidsworst. Integendeel: iedere flarfer heeft een volkomen eigen signatuur. Van de ‘deconstruvistische’ taalexercities van Willem Bongers tot de vaak tedere mystificaties van Mark van der Schaaf, en van de taalkritische aproach van Jeroen van Rooij tot Ton van ’t Hof, die ‘goede gesprekken’ met chatrobot Jaberwacky tot gedichten promoveert; de hand van de maker is vrijwel altijd direct herkenbaar. Toch apart, want we hebben het over online ‘gefundenes Fressen’.

Dichten = Arrangeren
Die sterk individuele signatuur – binnen mijn eigen flarfbrouwsels zijn thema’s als dood, seks en ander lichamelijk ongemak weer zwaar oververtegenwoordigd – doet vermoeden dat dichten misschien niet veel meer is dan het arrangeren van tekstmateriaal, waarbij bijvoorbeeld enjambementen, de gekozen beelden en de mate waarin die onderling resoneren de emotionele en intellectuele impact bepalen. En dat de bron uiteindelijk dus van ondergeschikt belang is. Door brokjes taal te selecteren en te ordenen, ontstaat een nieuwe (poëtische) werkelijkheid – iets dat waarschijnlijk voor alle poëzie geldt (ik ben geen groot theoreticus), maar bij flarf veel beter herleidbaar en zichtbaar is. Hoewel ik me niet durf te wagen aan het beantwoorden van de vraag of flarf poëzie is (daarover meer in een artikel van Ton van ’t Hof in de nieuwe Brakke Hond), vind ik flarf zelf minstens zo interessant, bevreemdend, grappig én ontroerend als gedichten die op meer traditionele wijze tot stand zijn gekomen.

De schaamte voorbij
Maar ook het beoefenen van flarf is voor mij een openbaring. Het feit dat je eigenlijk per definitie afstand tot de bouwstenen hebt, biedt namelijk een enorme mate van vrijheid. Waar de meeste serieuze poëziebeoefenaars bijvoorbeeld terugschrikken voor het gebruik van clichés, kun je jezelf binnen flarf veel meer permitteren. Ook spelfouten (“hierna veranderde de sterren in vogels / het was erg mooi“) kunnen plotseling functioneel zijn, hoewel ik ze soms verbeter, want context blijft king. Of neem persoonlijke ontboezemingen als “hallo ik voel telkens de dood en dan weer niet / kan je dat ook hebben in dordrecht / en ik ga naar school / en ik ben een jongen :P” Flarf is de schaamte voorbij en Internet biedt niet alleen veel meer, maar vooral verrassend basismateriaal. Bovendien zijn de mogelijkheden nog lang niet uitgeput, want sommige flarfers stellen bijvoorbeeld series gedichten samen aan de hand van zoekresultaten. Zo haalde Nanne Nauta het verdrag voor de rechten van de mens door een zoekmachine en werkt Van der Schaaf vrijwel altijd serieel.

Goudvissen
Is er dan iets mis met ‘traditionele’ poëzie? Welnee! Maar in mijn geval liep ik wel tegen een praktisch bezwaar aan, want ik was een beetje uitgekeken op mijn eigen voorstedelijke visvijvertje. Waar ik in het verleden nog wel eens een vervaarlijke poëtische snoek aan de haak sloeg (of mezelf daarvan wist te overtuigen), moest ik me de laatste tijd steeds vaker behelpen met beschaafd glimlachende goudvissen. Bovendien; het heilige inspiratiemoment liet zich maar met moeite uit de tent lokken. Ik had, kortom, moeite om mezelf nog dichterlijk in de ballen te trappen. Om Enzensberger te citeren: “maar voor andere mensen / is deze afgrond / misschien maar een paar centimeter diep.” En dat geldt in mijn geval blijkbaar ook voor de ‘allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’.

Onvolledig overzicht (wordt aangevuld) van bundeldeelnemers:

Voor Willem Bongers: onbekend
Voor Ton van ’t Hof: http://1hundred1.wordpress.com/
Voor Hans Kloos: http://www.hanskloos.nl
Voor Nanne Nauta: http://www.sadeweb.org/
Voor Jeroen van Rooij: http://jeroen.damarkus.nl
Voor Mark van der Schaaf: http://www.dichterlijk.blogspot.com/
Voor Sven Staelens: http://svenstaelens.wordpress.com/